Wijnand Nuijen
Wijnand Nuijen: Schipbreuk op een rotsachtige kust (ca. 1837)

1952 tentoonstelling Museum Panorama Mesdag Den Haag ‘schilderijen en tekeningen door W.J.J. Nuijen'

11 october – 2 november 1952

VII

Onder directie van kunsthandel Pieter A. Scheen Zeestraat 50, ‘s- Gravenhage

 Met deze catalogus, van de eerste tentoonstelling die geheel aan de werken van W. J. J. Nuyen is gewijd, hoop ik er toe bij te dragen, dat de naam van het herontdekte schilderkunstige genie Nuyen bij latere generaties zal voortleven.

Deze expositie zou in deze vorm en omvang zeker niet tot stand zijn gekomen zonder de buitengewone medewerking van autoriteiten en particulieren.

Bijzondere dank ben ik verschuldigd aan de heren Mr L. J. F. Wijsenbeek en K. E. Schuurman, resp. directeur en conservator van bet Haagse Gemeentemuseum, die er de stoot toe gaven, deze expositie te doen slagen door de werken van Nuyen onder hun beheer in bruikleen af te staan. Mijn grote dank gaat ook uit naar de heren Jhr. D. C. Roell, Hoofddirecteur van bet Rijksmuseum, Jhr W. J. H.B. Sandberg, Directeur der Stedelijke Musea, beiden te Amsterdam, D. F. Lunsingh Scheurleer, Directeur van de Dienst voor 's Rijks verspreide kunst­ werken, te 's-Gravenhage, Prof. A. M. Hammacher, Directeur van het Rijksmuseum Kröller-Müller te Otterlo, J. C. Ebbinge Wubben, Directeur van het Museum Boymans te Rotterdam en mej. Dr. G. H. Kurtz, Gemeentearchivaris te Haarlem, die eveneens bereidwillig de werken van Nuyen uit hun verzamelingen afstonden en de meest prettige medewerking verleenden.

Hieraan moet ik nog toevoegen, dat vele particulieren en goede relaties mij ter wille waren door hun kunstbezit voor deze tentoonstelling af te staan. Niet vergeten wil ik mijn vrienden van de pers die mij met raad en daad ter zijde stonden en in het bijzonder de heer Cornelis Veth die bereid was mij bij de samenstelling van de catalogus te helpen en de inleiding te verzorgen. Nog rest mij dank uit te spreken voor bet artikel dat de beer Alex Campaert voor deze catalogus heeft geschreven en voor de hulp, ondervonden van het Rijks­ bureau voor Kunsthistorische Documentatie.

's-Gravenhage, 26 September 1952

P.A. SCHEEN