Wijnand Nuijen
Wijnand Nuijen: Schipbreuk op een rotsachtige kust (ca. 1837)

Wijnandus Johannes Josephus Nuijen (1813-1839)

Meester van de Romantiek, jong en onrustig genie

Wijnandus Johannes Josephus Nuijen werd in Den Haag geboren op 4 maart 1813, dus nog net voor het einde van de Franse overheersing. Hij was de enige zoon van Bartholomeus Nuyen (1789 – 1869) en Johanna Maria van Heijningen (1780 – 1862).  Bartholomeus had in zijn goedlopende broodbakkerij in de Derde Molstraat, later in het Hamerslop maar liefst vier knechten in dienst.

Ook grootvader Wijnandus Neuijen (1758 – 1827) was broodbakker. Hij was gehuwd met Alida Frits (1755 – 1845).

De overgrootvader van Wijnand, Nicolaus Noij (1711 – 1791) kwam uit Kleef en was ook broodbakker. In 1751 trouwde Nicolaas met Appolonia van der Klugt (1729 – 1795). Zij werden de stamouders van een Haagse familie, nauw betrokken met de levensmiddelenbranche. Nog steeds vinden we in de Haagse conglomeratie familietakken in de groentebranche, de slagerijbranche, in de noten- en zuidvruchtensector en de broodsector.

Het lag in de verwachting dat Wijnand, als enig kind, de zaak van zijn vader zou overnemen. Reeds vroeg zagen zijn ouders echter zijn bijzondere tekentalenten en gaven hem de gelegenheid dit verder te ontwikkelen. Hun zoon was nog maar twaalf jaar oud toen zij hem in 1825 bij Andreas Schelfhout (1787 – 1870), die toen al een vooraanstaand landschapsschilder was, in de leer deden. Ook werd Wijnand in 1825 ingeschreven bij de ’s-Gravenhaagsche Teekenacademie, met de vermelding ‘kwekeling van deszelfs vader’. Volgens Knoef betekende de vermelding dat Nuyen op kosten van zijn vader studeerde. Inderdaad vinden we bij kunstenaars als Leickert vermeld dat diens opleiding door het weeshuis werd bekostigd.

Bij de tekenschool stond de jonge Nuijen tot 1829 ingeschreven. Hij kreeg daar onder meer les van Bart van Hove (1790 – 1880), die als hoofddocent aan de school was verbonden. Van Hove was in die dagen vooral bekend door de decors die hij voor de Haagse Schouwburg maakte. Daarvoor kreeg hij in 1840 zelfs een zilveren medaille uitgereikt. Hij werd geroemd om zijn vermogen een geschilderd tafereel de illusie van werkelijkheid mee te geven. Behalve decors schilderde van Hove ook buitengewoon gedetailleerde kerkinterieurs en stadsgezichten. Onder zijn vele leerlingen zien we, naast Nuijen, ook diens vrienden Johannes Bosboom, Charles Leickert, Huib van Hove en Salomon Verveer.

Uit die jonge jaren zijn nog schetsboekjes van Nuijen bewaard gebleven, waarvan sommige tekeningen houterig schools zijn, maar andere laten de nerveuze, beweeglijke hand van Nuijen zien, die ook in later werk herkenbaar is.